ACHTER DE SCHERMEN VAN…TILLY DELANGHE EN MARNIX TANGHE

Rond de tijd dat deze Tibsz verschijnt, zit het jaarlijkse verblijf van VeBeS in De Kinkhoorn (Oostende) er weer op. Onze vereniging organiseert de zeevakantie in samenwerking met Samana. VeBeS-vrijwilligster Tilly Delanghe (67) uit Brugge is al achttien jaar coördinator. Ze krijgt hulp van haar partner Marnix Tanghe (59). Wat drijft deze mensen en hoe pakken ze het aan?

Wat is jullie achtergrond, Tilly en Marnix?

Marnix: “Ik ben administratief bediende bij de federale overheidsdienst wetenschapsbeleid. Elke dag pendel ik met de trein naar het Rijksarchief in Brussel.”

Tilly: “Ik heb personeelsdienst gedaan, veertig jaar bij dezelfde firma.”

Hoe lang zijn jullie al vrijwilliger bij VeBeS en hoe begon dat?

Tilly: “Dit jaar coördineer ik voor de achttiende keer de zomervakantie in Oostende. Ik kwam erbij via Miet Haeck, die ik had leren kennen via KAV (het huidige Femma). We zijn daar samen voorzitster geweest. In 2000 verongelukte mijn man. Ik zat in zak en as. Op een namiddag kreeg ik bezoek van Miet, terwijl ik in de tuin zat te huilen. Ik had de bel niet gehoord, maar ze was direct naar achter gekomen. ‘Ik heb een vraagje’, zei ze. ‘Licht en Liefde zou graag hebben dat ik verantwoordelijke word voor de zeevakantie, maar alleen en zonder auto zie ik dat niet zitten. Als ik eraan begin, wil ik het goed doen. Zie jij het zitten om er samen met mij in te stappen?’

‘Ik weet niet, hoor…’ antwoordde ik. ‘Mijn kop staat er niet naar.’ Twee dagen later dacht ik: waarom niet? We zijn er toen samen mee gestart, zo goed als vanaf nul. Ik deed de administratie, Miet was de contactpersoon. Het eerste jaar was het echt zoeken. Je leert dan uit je fouten.

We begonnen met honderd deelnemers. De voorbije twee jaar waren er telkens honderdzeventig! Vanaf eind maart is het een bijna voltijdse job. En ter plaatse hebben de mensen je voortdurend nodig. Geen probleem: ze mogen zelfs naar ons appartement komen, of bellen. Alleen als ik aan het eten ben, moeten ze even wachten. Zo kan ik wat op adem komen. Voor de avondactiviteiten in De Kinkhoorn pas ik meestal, wegens vermoeidheid. Na de vakantie ben ik helemaal op.

Drie jaar geleden is Miet ermee gestopt. Toen werd Marnix, die al begeleider was, mijn assistent. Er gaat ook een verpleegster mee: Lieve Allaert uit Gent. Dominique, de zus van Marnix, doet de toiletzorg voor een tiental mensen die dat nodig hebben. Zij slaapt in ons appartement. Tegen de middag is ze klaar, daarna helpt ze Lieve. ’s Avonds stoppen ze samen mensen in bed. Lieve kon dat niet meer alleen en het klikt heel goed met Dominique. José, een vrijwilligster uit Leuven, kan invallen. Zij is ook verpleegster.

Ons verblijf in Oostende is geen echte zorgvakantie zoals Samana er veel organiseert. De vrijwilligers hoeven enkel te begeleiden. Daarom komen ze heel graag bij ons!”

Jullie hebben veel begeleiders nodig?

Tilly: “Ja, tachtig tot negentig! Velen zijn zelf al niet meer van de jongsten. Daarom nemen we altijd een zestal ‘vlinders’ mee: extra vrijwilligers die kunnen inspringen voor vaste begeleiders.

We hebben onze begeleiders hard nodig, dus is het belangrijk dat we ook voor hen goed zorgen. Indien nodig beschermen we hen of krijgen ze wat vrije tijd. De vakantiegangers hoeven niets te betalen voor hun begeleiding: daar zorgt Samana voor. We vragen hen wel om respect voor hun begeleider te hebben.

Op het werk regelde ik de personeelszaken voor zeshonderd mensen. Dan is een vaste hand nodig, anders loopt het in het honderd. Die lijn trek ik door als vakantiecoördinator. Het moet immers lopen, voor iedereen. Ook de vrijwilligers moeten tevreden zijn, anders haken ze af.

Op de laatste avond krijgen alle vrijwilligers een speciaal bedankingskaartje. Vorig jaar had mijn zus prachtige boekenleggers gemaakt. Er waren er meer dan genoeg, zodat ik er ook eentje kon geven aan begeleidende partners. Iedereen was er enorm blij mee!”

Naast de vrijwilligers zijn er de mensen van het vakantiecentrum.

Tilly: “Ja, die spelen inderdaad ook een belangrijke rol. Ze doen het heel goed. Het is natuurlijk wel al gebeurd dat we moesten bijsturen. Vijf jaar geleden werd De Kinkhoorn volledig vernieuwd. Sindsdien is er een buffet in plaats van bediening aan tafel. Toen heb ik aan de directie gezegd dat dit met onze groep niet kon. De Kinkhoorn was bereid om voor ons een uitzondering te maken, maar dan met één enkel menu in plaats van twee. Wie een dieet moet volgen, krijgt natuurlijk wel iets anders.

Elk jaar halen ze alle potten uit de kelder en komt er extra personeel, via interims. Het eerste jaar verliep dat chaotisch. We hebben toen samengezeten met de directie en de kok en kokkin. Op basis van dat gesprek gaven we de zaalverantwoordelijken instructies. Ik hield alles goed in het oog. Nu loopt de bediening heel gesmeerd.

In april gaan Marnix en ik altijd zelf vijf dagen naar De Kinkhoorn. Eén volledige dag besteden we dan aan voorbereiding. Animatie en uitstappen moeten vastgelegd worden, overbodige appartementen vrijgegeven. Met de verantwoordelijke voor de groepen en de onderdirectrice overlopen we alle aandachtspunten.

Na de vakantie ronden we af met Samana en in september beginnen we terug voor te bereiden… Ander vrijwilligerswerk kan ik er echt niet meer bijnemen! Maar zolang ik het graag doe, blijf ik ervoor gaan. Het is een hobby.”

Welke voldoening halen jullie eruit?

Tilly: “De dankbaarheid van de mensen! Als ze vertrekken, staan ze aan te schuiven om dankjewel te zeggen, en niet omdat het moet. Ze geven mij ook allemaal een kus! Velen vragen dan of ze al opnieuw kunnen inschrijven. Tachtig procent is er het volgende jaar terug bij. Dat maakt ons tot een hechte groep.

De hele week door komen mensen ons vertellen dat we het goed doen. Elke vakantie krijgen we zelfs een fles cava. Als we dan zeggen: ‘Je mag dat niet doen, het is niet nodig’, antwoorden ze: ‘Wij vinden van wel, jullie verdienen dat!’

Eén meisje wil altijd bij ons aan tafel zitten. Ze heeft intussen een vriend, maar die schuift ook bij ons aan. ‘We zitten aan de eretafel’, zeggen ze…” (Lacht)

Marnix: “Achteraf krijgen we kaartjes en reacties via Facebook, het jaar door. ‘Ongelooflijk bedankt, dit is een vakantie die ik nooit vergeet!’ schrijven ze bijvoorbeeld. Ook begeleiders sturen kerstwensen.”

Tilly: “Toen mijn schoonmoeder overleden was, in het jaar dat zij was meegegaan naar De Kinkhoorn, zijn er deelnemers naar de begrafenis gekomen. Ze hadden het gehoord en ze waren er. Dat doet toch iets, hé!

De mensen van het vakantiecentrum houden eveneens contact. De Kinkhoorn is onze tweede thuis geworden! Ze zien ons daar graag komen. Buiten de bediening aan tafel hebben ze heel weinig werk met ons: wij regelen alles zelf. Het centrum krijgt een compleet draaiboek van mij: verdeling van de appartementen, diëten, tafelschikking, hoeveel rolwagens en ziekenhuisbedden we nodig hebben,… Alles bijeen is het een volledige classeur.

Voor elk appartement maak ik één of twee omslagen klaar met de menu’s, een plan van het gebouw, de kamerverdeling met alle telefoonnummers, een overzicht van de uitstappen en activiteiten en allerlei praktische info. Elke deelnemer krijgt ook twee fiches om aan de valiezen te hangen, om vergissingen te vermijden.”

Marnix: “Sinds vorig jaar gaan wij van de avond voordien naar De Kinkhoorn. Anders moet er te veel tegelijk gebeuren. Dan hebben we geen moment rust en kunnen we onze eigen koffer niet leegmaken.”

Tilly: “Bij Samana doen ze het ook zo, maar ik wist dat niet. Nu arriveren wij dus op donderdagavond. We eten op ons gemak, installeren ons, slapen en ontbijten. Daarna zitten we samen met de directie, de kok en de zaalverantwoordelijke en nummeren we de tafels.

Ik tracht ook intern de taken wat te verdelen. Vrijwilliger Freddy is verantwoordelijk voor de rolwagens, Noël voor de tandems en José voor het zwemmen. Ik verwijs iedereen naar hen door, zonder me te moeien. Je kunt nu eenmaal niet alles zelf doen. Ook op het terrein van Lieve en Dominique kom ik niet. Als je iemand verantwoordelijkheid geeft, moet je consequent zijn.

Samana haalt al het materiaal en brengt het ter plaatse. Sommige taken moet je wel volledig zelf doen, zoals de verdeling van de sleutels. Anders loopt het gegarandeerd in het honderd.

Elke medewerker van De Kinkhoorn is bereid om een handje toe te steken als dat nodig is. De directeur komt regelmatig zelf kijken of alles in orde is. In het jaar dat het fout liep met de tafelbediening, toen hij zag dat ik het even echt niet meer zag zitten, is hij het personeel komen toespreken. ‘Tilly kan er niets aan doen, wij maken de fout’, zei hij. Die avond hielp hij zelf bedienen en beloofde dat het ‘t volgende jaar heel anders zou zijn. En het was ook zo.”

Hoe reageert jullie omgeving op al dat engagement?

Tilly: “De laatste drie weken voor we vertrekken, vindt de familie het soms wel lastig dat we nergens tijd voor hebben. Maar ze weten dat het zo niet blijft en dat het onze passie is.”

Marnix: “Het eerste jaar dat ik meeging, kreeg ik een mail van de algemeen rijksarchivaris. Ambtenaren kunnen voor dit soort vrijwilligerswerk vijf dagen verlof per jaar krijgen, als ze een attest voorleggen. Tilly maakt zulke attesten en ik had er ook een ingediend. De algemeen rijksarchivaris stuurde mij een persoonlijk bericht, om te zeggen dat hij mijn inzet enorm waardeerde en bewonderde.”

Jullie zijn onmisbaar geworden voor de zeevakantie…

Tilly: “Als wij het niet meer doen, zal Samana alles overnemen. Maar daar werken ze op een andere manier. De deelnemers krijgen bijvoorbeeld elke dag een andere begeleider. Dat is geen geschikt systeem voor onze vakantie. Als blinde of slechtziende persoon moet je een vertrouwensband kunnen opbouwen met je begeleider.

Ik blijf het dus doen, op mijn manier, en Samana hoopt dat ik nog lang beschikbaar zal blijven. Ik weet ook wel dat er een moment komt dat ik dit engagement niet meer aankan. Maar zolang het gaat en we goesting hebben, doen we voort!”

Hebben jullie trouwens nog andere hobby’s?

Tilly: “Ik heb er veel! Patchwork, breien, naaien, haken, koken, taarten bakken, voor de kleinkinderen zorgen, veel op reis gaan…”

Marnix: “Mijn grootste hobby’s zijn het voetbal volgen en reizen.”

Tilly: “Toch is het mijn vrijwilligerswerk voor VeBeS dat me terug zin in het leven heeft gegeven. Mijn man verliezen leek het einde van de wereld, maar ik ben terug aan de slag gegaan en heb mijn ongeluk leren relativeren. Bij VeBeS merkte ik dat er mensen zijn die het slechter hebben, maar zich ook niet laten doen en genieten van hun leven.

Voor KAV heb ik me ook graag ingezet. Maar de dankbaarheid van de deelnemers en begeleiders van VeBeS geeft ons een warmer gevoel.

Er is veel werk aan de vakantie en ik ben iemand die alles piekfijn in orde wil hebben. Ondanks alle voorbereiding duiken er toch altijd onverwachte situaties op. Maar ik voel me er goed bij. Anders was ik het niet blijven doen, nu al achttien jaar!

Elke keer verlang ik ernaar om de mensen terug te zien. Ook de vrijwilligers: die waardeer ik enorm, want zonder hen is er geen vakantie.

De deelnemers komen je van alles vertellen. Ik voel dat ik voor sommigen een vertrouwenspersoon ben. Dat doet mij echt veel deugd.”

Marnix: “Als ze bij ons komen, is het zeker niet altijd om te klagen. Wanneer ze ons hun straffe ervaringen en avonturen vertellen, vergeten we soms de tijd aan tafel…”

Tilly: “De Kinkhoorn is altijd een beetje thuiskomen. Van de meeste mensen krijg je zo’n warmte…”

Marnix: “Het heeft voor mij een andere wereld geopend. Als buitenstaander heb je een verkeerd beeld van mensen met een handicap.”

Dankjewel en doe zo voort, Tilly en Marnix! Jullie maken een groot verschil voor veel mensen, én voor VeBeS!

(Jan Dewitte)